Ingedeeld onder: Uncategorized
“Wat ben je weer stil dit jaar!”
Ik haat het als ze dat beweren.
“Je bent nu toch al zeventien, Evy, praat eens mee met de volwassenen.”
De volwassenen, jakkes, wie heeft dat woord uitgevonden. Waarschijnlijk een idioot die zijn belachelijke gedrag moest verantwoorden. Want als volwassene ben je geen kind meer dus moet je een andere uitvlucht zoeken om je kinderachtige gedrag goed te praten. Het laatste wat ik wil is tot die zielige commune behoren. Dus ik heb zeker geen behoefte aan dit soort gemaakte opmerkingen. Ik reageer er liever niet op. Trouwens, in dit hatelijke gezelschap heb ik alles behalve zin om me sociaal te gedragen. Eerder rebels en asociaal. Stel je voor, straks beginnen ze de verplichte kerstliederen te zingen met hun in alcohol gedrenkte stemmen. Om de kuddegeest te bevorderen. Verschrikkelijk.
Ik vluchtte weg van de feesttafel en plofte in de versleten zetel die het verst weg van de tafel stond. Ik verstopte onder de overdreven kitscherige kerstversiering en greep meteen naar de hoofdtelefoon die ik preventief had klaargelegd naast de stereo want ik wist dat dit ging gebeuren.
Wat baalde ik van dit soort familiefeestjes! Iedereen die ik nu net niet hoefde te zien, was er, en iedereen die ik wel wou zien, was natuurlijk niet uitgenodigd. En ik mocht van mijn ouders niet uitgaan op zo’n belangrijk familiegebeuren. Hoe slecht ik me ook voelde, ik moest en zou op dit soort feestjes aanwezig zijn, al was het volledig tegen mijn zin. Ze hadden me dit jaar zelfs verboden me op mijn slaapkamertje terug te trekken. Stel je voor! Ik haat zulke feestjes! Ondertussen had ik Studio Brussel gevonden op de radio die anders altijd vastgeroest op Q-Music stond. De Tijdloze. Daarmee kon ik mij wel troosten. Despite all my rage I’m still just a rat in a cage. De Smashing Pumpkins verwoordden mijn gevoelens uitstekend. Ik sloot mijn ogen en droomde weg. Ik trachtte me in te beelden dat ik bij mijn vrienden in het naburige jeugdhuis was. Hoe zou het daar nu aan toe gaan? Waarschijnlijk was het nu een bende vrolijke jongeren die zich alleen maar amuseren, die zich niets moeten aantrekken van die ellendige wereld van de ‘grote mensen’, geen zorgen, geen problemen, geen verplichtingen, alleen fun, bier en goede muziek. Dat leek vanavond niet voor mij weggelegd te zijn.
“Gaat het wat meisje?”
Ik schrok wakker uit mijn utopische gedachtewereld. Het was mijn vader die mijn droom kapot prikte. Hij had mijn hoofdtelefoon afgerukt en was naast me komen zitten alsof hij de bezorgde ouder wou spelen. Nochtans was hij er nooit voor me wanneer ik hem echt nodig had. Maar voor anderen moest hij wel het imago van perfecte vader hooghouden. Voor mij voelde het meer of hij kwam mij pesten en me nog dieper in mijn depressie duwen.
“Barst!”
Ik zette de hoofdtelefoon terug op en deed of het mij allemaal niet kon schelen. Dat medeleven van mijn vader was eerder een smoesje geweest om in de zetel voor de televisie te kunnen gaan zitten want algauw nam hij de afstandsbediening en zapte naar het nieuws op Canvas. Hij zette het volume hoog genoeg zodat mijn muziek overstemd werd. Ik deed alsof het mij niet stoorde en zette op mijn beurt de radio harder.
Al die beelden van oorlog, ellende, honger en verdriet zorgden er voor dat ik me nog slechter ging voelen. Ik vroeg mezelf af waarom mensen elkaar zoiets kunnen aandoen. Ik probeerde het telkens opnieuw weer van me af te zetten, maar het lukte me niet om zo onverschillig te zijn als de rest. En ik stelde me vragen bij het beroep van journalist. Ellende filmen om het dan aan de anderen te kunnen laten zien. Was dat niet ziekelijk? Nieuws noemen ze dat. Ik kon dit allemaal niet vatten. Kerstmis, feest van de vrede, maar niet op Canvas. Al gauw kwam de hele familie plaatsnemen in de zetels om samen gezellig naar andermans leed te kijken. Verdomme, kon ik nu nergens meer alleen zijn? I’m a creep, I’m a weirdo, what the hell am I doing here? I don’t belong here. Radiohead vond het ook niet kunnen.
“Whaaaaaaaaah!”
Plots had ik zin om het uit te schreeuwen en ik deed dat ook. Vader bliksemde me neer met een boze blik. De rest keek me onbegrijpend aan. Hun interesse voor mij was echter maar van korte duur. De aandacht voor mij verzwakte en ging al gauw terug naar hun eerste liefde, de televisie.
“Stelletje hypocrieten! Jullie weten niet voor de helft wat er in me om gaat. Ik haat jullie!”
Het was er uit voor ik het wist, maar het voelde als een opluchting. En plots werd het stil. Ze stonden mij allemaal aan te gapen als een stel koeien naar een trein. Niemand durfde nog iets zeggen. Ik liet ze verbouwereerd achter en vluchtte naar mijn kamer. Verbod of niet. Het kon me geen moer meer schelen wat ze van me dachten, en nog minder wat ze van mij verlangden. Toen ik net de deur van de woonkamer achter me had dichtgetrokken, hoorde ik mijn vader zuchten: “Pfff, pubers!” Dit was zijn standaard gezaag als hij mij eens weer niet te baas kon.
Op mijn kamer zette ik de radio op. Op een volume waarvan ik wist dat je het beneden in de woonkamer ook kon horen. Mijn kamerdeur had ik gesloten. Dit was nu mijn terrein waar ze me niet konden raken. Het duurde, zoals ik had gedacht, nog geen vijf minuten of mijn vader stond al aan mijn deur. Of het niet wat stiller kon. Of ik niet wat meer respect had. Maar ik deed of ik niets hoorde.
“Hiervoor ga je boeten, meisje!”
“Hé, stop eens met zagen, ik hoor m’n muziek bijna niet meer!”
Dit had ik beter niet gezegd, dat wist ik al voor ik het uitgesproken had. Maar dat kon me absoluut niet schelen nu. Ik bleef gewoon op mijn bed zitten en las een boek over een meisje van 17 die het bemoei van de volwassenen niet meer aankon en zelfmoord pleegde. Even wenste ik dat ik ook zo sterk was geweest. Ik keek op en staarde voor me uit door het raam naar de donkere nacht. Het raam! Mijn redding! Ik kon vluchten van deze miserie. Mijn hart begon sneller te slaan.
Ik liet me uit mijn raam hangen. Nog een paar meter en ik was vrij. Ik liet mijn handen los en viel naar beneden. Het dichtbegroeide bloemenperk brak mijn val. Nog iets waar vader boos om zou zijn. Zorgen voor later. Ik had me echt wel bezeerd maar de adrenaline die deze ontsnappingspoging had vrijgemaakt was een uitstekende pijnstiller. Ik moest niet lang nadenken om te weten naar waar ik zou gaan. Het jeugdhuis natuurlijk! Lachen, dansen, zingen, drinken, allemaal met mensen die ik wel graag heb, en die mij ook graag hebben. Maar de gebeurtenissen van de laatste uren hadden me al zo depri gemaakt dat ik niet meer wist of ik zou doorgaan. Ondertussen was ik al helemaal niet meer in de stemming om me te amuseren. Ik was op dit moment zeker geen aangenaam gezelschap meer. Zou ik wel naar het jeugdhuis gaan? Was ik maar op mijn bed blijven zitten. Alleen en zielig. Maar veilig van de boze wereld. Iets zei me dat ik toch maar moest gaan. Ik kon anders wel wat amusement gebruiken. Verdorie, ik had gewoon nog recht op mijn portie vertier. En was het niet om me te amuseren dan maar om me te bedrinken. Waar ik alle reden toe had, vond ik.
Aangekomen bij het jeugdhuis hoorde ik nog net de laatste noten van de nummer één van Nirvana. De Tijdloze had ik dus ook weeral gemist. Shit! Een heel jaar lang kijkt een mens ernaar uit en dan is het zover en beslist men in jouw plaats dat je maar eens niet mag luisteren dit jaar. Spijtig! Ik ging naar binnen en iedereen vloog me meteen rond de nek.
“Ah eindelijk je bent er Evy, feest maar lekker mee.”
Mijn gemoed draaide meteen 180° in de positieve richting.
“Voor mij een pils,” riep ik naar Karel achter de toog, “of nee, ik heb wat achterstand hé, doe maar een vodka cola met weinig cola om er meteen in te vliegen.”
Ik wist dat ik hier spijt van zou hebben morgen maar dat kon me nu niet interesseren.
Toen kwam Julie op me af.
“Hoi Evy, we gaan buiten even een jointje roken, ga je mee?”
Ze zei dat alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Waarom ook niet dacht ik en ik huppelde mee naar buiten, samen met Jelle, Kris, Cindy & Kip. Hij heette eigenlijk Tom maar we noemden hem al jaren Kip. Had iets te maken met zijn manier van bewegen op de dansvloer.
Toen Kip nog Kuiken was, ik denk een jaar of negen, ben ik nog zijn liefje geweest. We waren toen buren en speelkameraadjes. Op een dag had hij op televisie gezien hoe je moest tongzoenen! En stoer als ie was, wou hij dat natuurlijk meteen met mij oefenen. Dus hij sleurde me op een dag mee achter de bosjes en trok zich tegen me aan. Hij duwde zijn mond tegen de mijne en probeerde zijn tong in mijn mond te wriemelen. Maar ik hield mijn lippen stijf opeen. Bah! Het voelde vies. Wist ik veel dat er een echte vieze tong aan de pas kwam. Uiteindelijk slaagde hij er toch in en begon wild met zijn tong in mijn mond te bewegen. Ik bleef stokstijf staan. Hij stopte en zei: “Nu moet jij hetzelfde met jouw tong doen. Toe maar! Net zoals de grote mensen!” Ik bewonderde zijn kennis en gehoorzaamde. Dertig seconden lang! Tot we volledig buiten adem waren. Ik voelde me plots bij de grote mensen behoren. Toen wou ik dat nog!
Na die zoen waren we plots hartstikke verliefd op elkaar, want dat hoorde er toch bij niet? Wie liepen hand in hand over de speelplaats, gaven elkaar briefjes met liefdesverklaringen door in de klas, kortom, we beloofden elkaar eeuwige trouw.
Tot hij me twee dagen later aan mijn vlechtjes trok, en terug naar zijn vriendjes liep. Want eigenlijk was het nog niet toegelaten volgens de code van de negenjarige, meisjes-hatende jongetjes om een lief te hebben. Ik heb de rest van de week geweend, en heb vijf jaar niet meer tegen hem gesproken. Uit koppigheid! Dat had ik dan weer op televisie gezien.
Ik dronk mijn vodka ad fundum en volgde hen naar buiten. Het was een koude decembernacht met duizenden sterren rond een heldere volle maan. We namen plaats achter een struik en gingen in een gezellig kringetje zitten. Ik had dit nog nooit gedaan maar wou me niet laten kennen. Kris haalde een grote joint boven en stak hem aan als een echte professional zijn dure havana-sigaar zou aansteken, nam er een paar diepe trekken van, hield de lucht vijf seconden in zijn longen, en blies ze weer uit langs zijn neus met een diepe zucht.
“Wow, dit is goei spul!” riep hij, en hij gaf de joint door aan Julie. Zij deed hetzelfde en beaamde wat Kris zei. Oei, ben ik de enige leek hier in dit gezelschap, dacht ik. Julie gaf mij de joint. Ik zal me maar niet laten kennen en deed hetzelfde. Ik nam een hele diepe trek, probeerde te inhaleren, maar schoot daardoor in een hoestbui. Ik denk niet dat ik ooit al zo lang en zo hard heb moeten hoesten. Vreselijk afzien was het! Ik dacht, dit komt nooit meer goed, mijn longen zijn verbrand. Iedereen schoot in de lach natuurlijk.
“Maar Evy toch,” hinnikte Jelle, “hoesten is goed weet je wel. De capillairen in je longen gaan ervan openstaan en je wordt rapper high.”
“Dat moet je mij niet zeggen. Ik ben al zo duizelig als iets! En misselijk.”
En daarmee was mijn eerste kennismaking met hasjiesj een feit.
Die joint ging nog twee keer ons kringetje rond, maar de tweede en de derde keer kon ik het al bijna zonder hoesten, en de misselijkheid verdween snel. Ik voelde me prettig, gelukzalig en zorgeloos worden. Was dit nu stoned zijn? Zalig! De sfeer werd beter en beter in ons kringetje. We lachtten, vertelden grappige verhaaltjes, gingen zelfs even de filosofische toer op over de meest onnozele dingen, het was echt gezellig. Alleen het kampvuur ontbrak nog om het helemaal af te maken. Dit was hoe ik mij deze avond had voorgesteld. Dit gevoel wou ik voor altijd vasthouden.
Toen kwam Cindy op me af net alsof ze wou me op de lippen kussen. Ik deinsde achteruit.
“Euh, wat is de bedoeling, ik vind je wel lief maarre…” En weeral gelach.
“Maar Evy toch, ik wou je gewoon een ‘backblow’ geven. Ik steek het stickie omgekeerd in mijn mond en blaas de rook diep in jouw mond. En jij zuigt de rook op tot diep in je longen. Het is heerlijk, probeer het nou maar.”
En ze stak het laatste eindje van de joint omgekeerd tussen haar lippen en hield haar mond heel dicht van de mijne. Ik opende mijn mond. En ze begon te blazen. Een fijne rookkegel streelde over mijn luchtpijp. Cindy kwam heel dicht bij om geen rook verloren te laten gaan. Heel even raakte ze mijn lippen met haar lippen. Een zachte tinteling kroop als een slang omhoog langs mijn rug en bezorgde me kippevel. Ik stelde me er geen vragen bij. Ik liet het gewoon gebeuren. Het voelde inderdaad heerlijk intens!
Kris haalde een zelfgeknutseld waterpijpje boven.
“Wacht even,” zei hij, “ik ga iets halen om het te vullen.”
En hij waggelde naar binnen en kwam terug buiten met twee volle glazen wijn.
“Het water was op,” loog hij.
Hij goot de wijn in het flesje dat het waterpijpje moest voorstellen, propte wat tabak en natuurlijk hasjiesj in de bovenkant, en stak het aan. In plaats van de rook rechtstreeks te inhaleren, passeerde die eerst de wijn, waar hij een lekker bijsmaakje kreeg.
“Knap gemaakt,” juichte Cindy, “geef maar door die handel.”
En ik deed nog steeds vrolijk mee. Ik was ondertussen alle ellende van de avond vergeten. Dacht ik.
Softdrugs ronden eerst alle scherpe kantjes van het leven af zodat alles beter lijkt. Alles wordt mooier en zachter. Maar ook je diepste gevoelens worden versterkt. Ook de slechte. Jelle maakte een grapje over mijn hoestbui van in het begin. En dat was voor mij fataal geweest. Terwijl iedereen bulderde van het lachen, begon ik te huilen. Ik dacht, het is niet waar hé? Kon ik nu bij mijn vrienden ook al niet meer normaal doen? Maar in tegenstelling tot bij mij thuis had iedereen hier wel direkt begrip voor mij. Zij wisten wel hoe ze mij moesten troosten. Ik deed mijn verhaal over de ellendige avond bij mijn familie. En ze begrepen me. Kris bood me meteen nog een joint aan, maar ik dacht niet dat dat een goed idee was. Nochtans ik nam de joint aan en trachtte ervan te genieten. Ik wou me volledig laten gaan nu. Doorgaan tot ik alle problemen van die dag vergeten was. Ik vroeg Cindy of ze nog een bed over had voor mij vannacht want ik wou in geen geval terug naar huis.
“Natuurlijk Evy! Ik heb geen reservebed maar je mag in dat van mij slapen. Ik leg me wel op de grond.”
Een zalig,warm gevoel bekroop me. Alsof iemand contrastvloeistof voor een CT-scan in mijn aders spoot. Dit waren vrienden!
Het was zes uur alvorens we naar huis gingen.
“Mijn appartement is op het tweede. Neem de trap maar want de lift blokkeert wel eens. Maar pas op voor de vijfde trede want die zakt door.”
Cindy woonde alleen in een rommelig tweekamer-appartement.
“’t Is niet groot, maar meer heb ik niet nodig.”
Op dit moment was een matras voor mij al genoeg. Ik kon alleen nog maar aan slapen denken en plofte neer op het bed.
“Vind je het echt niet erg om op de grond te slapen?”
“Nou, Evy, weet je, eigenlijk had ik er een beetje op gehoopt dat ik bij jou onder de dekens mocht liggen. De grond is koud en vuil weet je wel..”
Opnieuw voelde ik diezelfde tinteling als met die backblow.
“Ik bedoel, het bed is toch breed genoeg voor twee. We kunnen toch dicht bijeen liggen. Twee smalle mensjes als wij.”
Ze wachtte even. Ik bleef zwijgen. Verbouwereerd.
“Of heb je daar problemen mee?”
“Nou, ik,..” stamelde ik, “ik…weet niet of…”
“Denk je dat ik je ga bespringen of zo? Maar gekkie toch, net als jij wil ik nu alleen nog maar slapen.”
“Ik moet je iets bekennen. Daarnet met die backblow voelde ik mijn hele lijf tintelen.”
“Maar Evy toch, dat zijn de drank en de drugs geweest denk ik. “
“ Ja, dat zal dan wel, laten we dan maar gauw gaan slapen.”
Ik kroop onder de dekens, en Cindy kwam tegen me aan liggen. Opnieuw die warme tinteling. Maar ik was te moe om erover na te denken, en vertok naar dromenland.
De volgende morgen schrok ik wakker van de pijn toen een zwaar gewicht mijn kniëen in de andere richting deden plooien Het was Cindy die bovenop mijn benen was komen zitten.
“Wakker worden! ’t Is al vier uur in de namiddag,” en ze trok het hoofdkussen onder mijn hoofd vandaan zodat ik keihard in aanraking kwam met de matras. Vijf centimeter naast me zag ik een spiraal door de voering van de matras priemen. Bijna een oog kwijt! En zeer bevorderlijk voor mijn kater.
“Nou ja zeg, van hard wakker worden gesproken,” zeurde ik geprikkeld toen ik mijn spraakfunctie terug had gevonden in mijn verwarde hoofd.
“Van snel wakker worden gesproken! Binnen enkele uren begint het kerstgala van onze school. Wat wil je voor ontbijt?”
“Drinken, veel drinken, en geen alcohol please! Iets met veel suiker.”
“Ik heb nog wat platte cola in de koelkast staan.”
“Bah, vies, lekker, geef maar!”
“En de douche, nou de douche die heeft alleen koud water.”
“Is goed voor mij, misschien geraak ik dan ooit eens uit mijn slaaptrip.”
Bij gebrek aan beter trokken we onze vieze kleren terug aan van de avond voordien. En toen kreeg ik een slag van de hamer. Ik duizelde ervan en zocht iets om me vast te houden. Gelukkig stond Cindy naast me.
“Maar meis toch, gisteren te diep gegaan?”
“Bwaah, ik voel me totally fucked up, weet je wel?”
“Jij hebt eten nodig. Laten we naar de frituur gaan.” Ik voelde de met moeite verzwolgen cola terug opborrelen in mijn keel. “Nou iets anders heb ik niet in huis hoor, en de winkels zijn dicht vandaag.”
“Hebben ze daar ook slaatjes?” vroeg ik nadat de cola voor de tweede maal doorgeslikt was.
“Wie wil er nu slaatjes? Jij hebt energie nodig meid, voor vanavond. Een heerlijk bakkie patat met ‘een goeie kwak mayonaise’.” Ik hield ervan als ze met dat grappige hollandse accent van haar sprak. Ze woonde nog maar vijf jaar in België.
“Ok dan, ik zal het proberen binnen te houden.”
Maar dat lukte me niet. Na de derde friet al. Ik had nog net de struikjes aan de achterkant van het frituur gehaald. Alle kleuren van de regenboog kwamen als een stortvloed uit mijn maag met een zure geur van halfverteerd vlees in een marinade van groene maagsappen. En het voelde alsof mijn lever, galblaas, ja zelfs mijn longen mee naar buiten kwamen.
“Laat maar komen,” gilde Cindy, “ dan weet je tenminste nog dat je leeft!”
“Bweuh, ik kan me wel andere manieren voorstellen om dat te bewijzen, en aangenamere ook.”
Na een kwartiertje kotsen voelde ik me al een stuk beter. Even vond ik het zonde om zulke lekkere frietjes weg te gooien en wou de rest van mijn portie opeten, maar Cindy vond dat geen verstandig idee en raadde me aan daar nog even mee te wachten.
Een schoolfeest was altijd een goeie dekmantel om eens je eens exuberant te gedragen op de school waar je anders onderworpen was aan honderden geschreven en ongeschreven wetten. Ik had me voorgenomen om van de drugs en de drank te blijven vanavond, maar ik wist al op voorhand dat dat me niet zou lukken. Zeker niet toen ik te horen kreeg dat Kris, Jelle en Kip er ook gingen zijn. Maar ik ben jong, en ze hebben me altijd gezegd dat ik het er nu van moet nemen omdat daar later geen tijd meer voor zal zijn. Dus dat deed ik dan ook. Maar het was op dit schoolfeest dat ik weeral getraumatiseerd zou worden.
Het feestje verliep normaal. Ik had al een paar glaasjes witte wijn gemixed met bier in mijn bloed. Cindy ook. Als voor de grap nodigde Cindy me plots uit voor een slow . Ik vond dat wel grappig. We gingen goed in het midden van de dansvloer staan zodat iedereen onze stunt kon zien. Na een paar rondjes draaien hield Cindy plots halt en gaf me een kus op de mond. Zomaar. Waar iedereen het kon zien. Ik ging erop in en begon haar hevig te tongzoenen. The French Kiss. De zoen der zoenen. Zou ze dan toch iets voor me voelen? Was ik meer dan een schoolvriendin? Shockeren was wat zij wou. Liefde was wat ik wou, wat ik dacht dat ik wou. Sinds die backblow was ik niet meer zo zeker van mijn hetero-geaardheid. Ik had er nooit anders over gedacht dan dat ik naar de jongens keek, enkel naar de jongens, en dat deed ik al jaren. Maar die gevoelens die Cindy me de voorbije dagen had doen ontdekken, die waren voor mij onbeschrijflijk mooi en zo zalig, die zou geen enkele man ooit bij mij kunnen opwekken. Dus had ik gauw besloten voor mezelf, zonder er met iemand over te praten, dat ik ook lesbisch was. We bleven maar zoenen, midden op die dansvloer, met honderden ogen op ons gericht, maar ik genoot van het moment.
Wat er toen gebeurde heb ik nooit helemaal begrepen. Cindy heeft waarschijnlijk haar ogen geopend en ze voelde waarschijnlijk dat ik het meende. Zij wou enkel shockeren. Ze duwde me van zich af en riep, alsof ze nog meer wou shockeren: “Jij vuile pot! Straathoer! Wat bezielt je, smerig wijf?” Ik besefte niet goed wat er gebeurde maar ik kreeg meteen een rood hoofd van schaamte. Volgens mij was het voor haar even lekker geweest maar ze wou haar reputatie bij de jongens niet schaden natuurlijk. “Maar Cindy, ik dacht…” stamelde ik, maar ik kreeg het er niet uit. Ik zag dat iedereen naar me keek en rende weg naar buiten, het interesseerde me niet naar waar, ik wou gewoon weg . Waar kon ik heen? Naar huis dan maar? Daar kon het toch onmogelijk nog slechter zijn dan hier. Ik was net zomaar even voor de ganse school voor schut gezet door iemand die ik mijn beste vriendin waande. Ik voelde me bedrogen en bespot, rotslecht en misselijk. En het was niet van de drank. Kip was me achterna gehold en hield me tegen.
“Toe nou Evy, loop niet weg! Je weet dat het een stel zotten zijn, en zeker als ze gedronken hebben, dan beginnen ze echt op een bende zwijnen te gelijken; ik weet ervan.”
“Hoezo je weet ervan?”
“Om mijn naam, weet je wel, mijn bijnaam. Ik heb me er uiteindelijk bij neergelegd dat ze me Kip noemen, maar als ze de plezante willen uithangen, vragen ze me of ik vandaag al een ei heb gelegd, of ze maken geluiden achter mijn rug zoals toktoktok of kukelukuu, en dat vind ik net iets te ver gaan. En zeker als ze er Kieken van maken. Daar heb ik zo een hekel aan.”
“Nou dat wist ik niet, dat je er onder lijdde onder die grapjes.”
“Grapjes? Spotterijen ja! Ga je nog even mee afkoelen in het park?”
“’s Goed, Tom!” Ik durfde hem al niet meer Kip noemen. Ik sprong achterop zijn blauwe Vespa en we scheurden naar het park.
Op een vermolmde bank namen we plaats. Toch veel liever dit dan naar huis gaan. Ik was ondertussen meer dan 24 uur niet meer thuisgeweest. Zouden ze me al missen? Misschien hadden ze me al als vermist opgegeven bij de politie. Maar dat was nu het minste van mijn zorgen. We begonnen wat te praten over school, over het jeugdhuis, over de eeuwige ruzie met mijn ouders, enzovoort. Tom bleef steeds geboeid naar me luisteren. En ik luisterde naar zijn verhalen. Het viel me op dat we veel gemeenschappelijk hadden. We begrepen elkaar.
“Weet je nog,” zei ik, ”die keer in de vierde klas dat we elkaar hadden gezoend als grote mensen?”
“En of ik dat nog weet! Ik ben er nog steeds niet goed van!” En hij begon te schatterlachen. En ik lachtte mee. De ganse bank lachtte met ons mee. “Weet je,” ging hij verder, “ik weet niet goed of ik dit wel zou zeggen, maar ik ben altijd stiekem een beetje verliefd op je gebleven.”
“Echt?”
Was dit dezelfde jongen die ik vijf jaar lang heb gehaat? Waarom was hij al de hele tijd zo lief voor me? En waarom begin ik nu te blozen als een verliefde appel? Die gedachten schoten me de volgende seconden door het hoofd. Nee Evy, je bent zwak nu, onderdruk die gevoelens. Maar ondertussen had hij toch met die enkele zin al mijn twijfels over mijn geaardheid weggenomen.
“Tom, weet je, ik vind je echt een lieve jongen, maar momenteel ben ik zo verward, ik zit echt in de knoop met mezelf. En ik wil hier eerst uitgeraken alvorens ik met een nieuwe relatie kan beginnen, maar…uitstel is geen afstel, hé.” En ik gaf er vettte knipoog bij.
“Maar Evy toch, dit was ook helemaal mijn bedoeling niet hoor. Ik heb zelf gezien wat je zonet allemaal hebt meegemaakt. Wat jij nu nodig hebt is een dikke knuffel, meer niet. Kom hier!”
“Ik durf nooit meer teruggaan naar die school. Ik schaam me als ik eraan denk. Dat was nu iets wat ik nooit zou verwachten van mijn vrienden. En zeker niet van mijn beste vriendin. De trut!”
“Met Cindy hebben we al wel meer zulke fratsen meegemaakt hoor, trek het je niet aan. Ze kan zo lief zijn en dan plots heel onverwacht maakt ze je uit voor het vuil van de straat als het haar niet aanstaat wat er aan het gebeuren is. Maar we houden haar in de groep omdat ze nog veel connecties heeft in Holland. Ze is onze hofleverancier zeg maar.”
“Liefde en genegenheid zijn woorden die even niet in mijn woordenboek voorkomen. Nu zijn het vooral woorden zoals bedriegers, hypocrieten en leugenaars die vetgedrukt staan.”
“Zullen we ergens iets gaan drinken om af te koelen?”
“Waar dan? In dit boeredorp valt niets meer te beleven. Het enige dat ik kan bedenken is het jeugdhuis, maar daar zit nu net iedereen die me net uitgelachen heeft. Begrijp je dat ik momenteel liever dood zou zijn dan dat ik daar binnenmoet? Die blikken! Brrr, ik huiver al als ik eraan denk.”
“Iedereen zit nu toch nog op het schoolfeest.”
“Ok dan maar, als het echt moet.”
En we zetten koers naar het jeugdhuis dat we hoopten leeg aan te treffen. Maar toen we eraan kwamen zagen we al veel fietsen staan. En ook de brommer van Kris. En van Jelle. Iedereen zat hier dus al te feesten
“O nee, daar krijg je mij niet binnen,” zeurde ik.
“Toe nou Evy, doe niet flauw, nu is net de goeie moment om je niet te laten kennen. Heel eventjes maar…” En Tom sleurde me naar binnen.
Nog geen drie tellen later had Cindy me al gezien.
“Kijk, wie we daar hebben, de lesbo!” En Kris en Jelle begonnen te scanderen.
“Puta, puta, puta,…” Algauw deed de hele tent met hen mee. Mijn ogen schoten meteen vol tranen en mijn knieën begonnen te trillen. Weer zag ik geen andere uitweg dan te vluchten naar buiten. Tom riep nog iets: “Stop onnozelaars, zien jullie niet wat jullie kapotmaken!” Maar het hielp niets en hij kwam me weer achterna gehold.
“Sorry Evy, dat was een stom idee van me om je hier mee naar toe te nemen.”
“Geeft niet, jij kon het ook niet weten dat het zulke rotzakken waren,” snikte ik.
“Weet je waar ik zin in heb? Om naar het kerkhof te gaan, mijn plaatsje uit te kiezen en mijn eigen graf te graven. Ik besta toch niet meer voor deze wereld dus ik kan net zo goed dood zijn. Niemand die er iets van zal merken.”
“Zou je niet beter gewoon naar huis gaan,” zei Tom op een kalme, rationalistische toon, “de politie zal je komen zoeken.”
“In mijn eigen graf vinden ze me toch niet.”
“Evy, gebruik nu eens eventjes je verstand.” Tom begon boos te klinken.
“Ik wil helemaal mijn verstand niet meer gebruiken, daar komen alleen maar hommeles van. Ik wil gewoon dood! En trouwens, op het kerkhof voel ik me meer thuis!”
“Ga dan maar alleen! Mij krijg je daar nu niet binnen.”
“Mij goed, barst! Iedereen! De hele wereld kan de pot op!”
En dus ging ik alleen naar de gemeentelijke begraafplaats. Volgens mij was Tom gewoon bang, maar durfde hij dat niet toegeven.
Voor zo een klein boeredorp hadden we eigenlijk een behoorlijk groot kerkhof. Deze gemeente had meer dode dan levende inwoners, meende ik. Je kon er uren in verdwalen. Goed zo! Net wat ik zocht. Ik klom over het verroeste hek langs de achterkant en liep kriskras door de graven. Die doodse stilte! Heerlijk! Achterin een donker hoekje vond ik een lege plaats. Graf 102. Perfect! Naast Angelo Federico Castiglioni. Waarschijnlijk een knappe italiaan in een maatpak van Armani. Laat maar komen. Mag ik er nu dan gaan liggen? Weg van deze ellendige wereld. Nu had ik echt wel niemand meer. Mijn wereld was echt naar de kloten! Onbegrepen door mijn ouders en bespot door mijn vrienden. En de laatste goeie had me zonet ook opgegeven. Ik ging liggen in de houding zoals ze een lijk in een kist leggen.
En kan er nu iemand me doodmaken alsjeblief!
.~.~.~.~.~.~.~.~
Geen Reacties tot nu toe
Plaats een reactie
Plaats een reactie
Automatische regel en alinea afbreking, email adressen nooit getoodn, toegestane HTML:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>
feed me.